Pensioenkortingen liggen weer op de loer: is het dit jaar dan eindelijk zover?

Dat is de vraag die sinds eind maart 2020 opnieuw speelt in de pensioenwereld. Sinds 2008 is er een aantal keer sprake geweest van mogelijke kortingen op pensioenen. Iedere keer weer werd hier een stokje voor gestoken. De meest recente poging was vorig jaar, toen zou er sprake zijn van een ‘bijzondere economische situatie’. Deze liep als een zonnetje, maar vanwege de lage rekenrentes (zelfs negatief) waren de dekkingsgraden bij het overgrote deel van de pensioenfondsen onder de 100% gezakt. Pensioenconsultants Diane Visser en Priscilla de Jongh laten in deze blog hun licht schijnen over de huidige economische situatie, de laatste ontwikkelingen in de pensioensector en de mogelijkheid van pensioenkortingen in 2020.

De dekkingsgraad als graadmeter: hoe bereken je deze?

Om te bepalen wanneer een pensioenfonds tot korten over moet gaan is de financiële situatie van het pensioenfonds doorslaggevend. De maatstaf voor het vaststellen van de financiële ‘gezondheid’ van een pensioenfonds is de dekkingsgraad. Deze geeft aan of een pensioenfonds voldoende vermogen heeft om aan zijn verplichtingen te voldoen: pensioenen uitkeren aan deelnemers die nu met pensioen zijn, én pensioenen uitkeren aan deelnemers die in de – soms nog verre – toekomst met pensioen gaan. Die dekkingsgraad wordt uitgedrukt in een percentage en kun je met een simpele formule berekenen:

Waarde vermogen pensioenfonds
————————————————– x 100%
Waarde verplichtingen pensioenfonds

Aangezien de dekkingsgraad iedere maand weer behoorlijk kan verschillen van voorgaande maand, wordt voor het besluit tot korten gekeken naar de beleidsdekkingsgraad. Dit is de gemiddelde dekkingsgraad van de afgelopen twaalf maanden.

De rekenrente en het effect op de dekkingsgraad

Als de dekkingsgraad 100% is, dan heeft een pensioenfonds voor iedere euro pensioen die uitgekeerd moet worden, ook een euro in kas. Maar hoe weet een pensioenfonds wat er nu in kas moet zijn om over bijvoorbeeld twintig jaar aan de verplichtingen te kunnen voldoen? Daarvoor moeten de verplichtingen worden gewaardeerd op basis van de rekenrente. De Nederlandsche Bank (DNB) stelt de rekenrente vast en kijkt bij het bepalen van de hoogte hiervan naar de rente op de financiële markt. We leggen het uit met een rekenvoorbeeld. Stel dat de rekenrente 1% is en dat een pensioenfonds over twintig jaar € 100,00 moet uitkeren. Dat betekent dat hetzelfde pensioenfonds bij deze rentestand nu € 81,95 in kas moet hebben om over twintig jaar aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Maar als de rekenrente in de tussentijd daalt moet het pensioenfonds uiteraard meer geld in kas hebben om dezelfde pensioenuitkeringen te kunnen doen.

Beleidsdekkingsgraden tijdens corona

De beleidsdekkingsgraden zijn mede door de coronacrisis onder extra druk komen te staan. Enerzijds vertaalt het effect hiervan zich op de financiële markt onder meer in tegenvallende beleggingsresultaten. Verliezen op de beurs leiden tot een lager rendement, waardoor het vermogen van pensioenfondsen afneemt. Anderzijds heeft de coronacrisis geleid tot een verdere daling van de rente op de financiële markt. Aangezien DNB de rekenrente hierop baseert, is ook de toch al lage rekenrente verder gedaald. De beleidsdekkingsgraad van de pensioenfondsen wordt dus in negatieve zin dubbel geraakt: pensioenfondsen zien hun verplichtingen toenemen, en moeten deze financieren met een steeds verder slinkend vermogen. Het korten van de pensioenen lijkt hierdoor steeds dichterbij te komen.

Biedt het pensioenakkoord een oplossing?

Binnenkort zullen de plannen voor de uitwerking van het pensioenakkoord gepresenteerd worden. Een van de uitgangspunten van het nieuwe pensioenakkoord is dat er geen gegarandeerde pensioenaanspraken meer zullen zijn. Hierbij zal dan ook de rekenrente worden losgelaten. De bedoeling is dat we sneller zullen gaan merken wanneer het goed gaat, maar ook wanneer het slecht gaat. Zoals het er nu uitziet betekent dit dat sommige pensioenfondsen hun deelnemers wel meer dan 10% zullen moeten korten.

Daarnaast is vastgelegd dat de minimale beleidsdekkingsgraad tijdelijk wordt verlaagd naar 100%. Wettelijk gezien moet de beleidsdekkingsgraad van een pensioenfonds minimaal 104% zijn. Komt de beleidsdekkingsgraad vijf jaar lang niet boven de 104% uit, dan moet een pensioenfonds de pensioenen van alle deelnemers korten. De tijdelijke verlaging van de minimale beleidsdekkingsgraad verkleint het risico op korten van pensioenen, maar betekent wellicht slechts uitstel van executie. De afgelopen periode is de dekkingsgraad van veel pensioenfondsen fors gedaald, waardoor het steeds lastiger gaat worden om een beleidsdekkingsgraad van 100% te kunnen handhaven. In de grafiek hieronder is de daling van de dekkingsgraden van de vijf grootste pensioenfondsen van Nederland duidelijk te zien:

Nekt de rekenrente wel echt de dekkingsgraad?

Op 17 december 2019 verschenen de resultaten van de stresstest die de Europese toezichthouder voor verzekeraars en pensioenfondsen EIOPA heeft uitgevoerd onder pensioenuitvoerders in Europa. EIOPA gebruikte voor deze test een zeer negatief scenario, waarin onder andere aandelenkoersen fors dalen. Nederland scoorde slechter ten opzichte van Denemarken en Zweden, waar de rekenrente ook laag is. Minister Koolmees zag in het onderzoek bevestigd dat de lage rekenrente niet de Nederlandse dekkingstekorten verklaart, volgens een recent artikel in vakblad Pensioen Pro. De rekenrente in Denemarken was bij de test namelijk lager dan die in Nederland. Een van de uitkomsten van de stresstest was namelijk dat de Nederlandse fondsen slechter gekapitaliseerd zijn dan die in veel andere Europese landen en wij in Nederland dus minder opzij zetten om het risico dat de rente van beleggingen daalt op te vangen.

De toekomst zal het uitwijzen

Ten opzichte van vorig jaar zitten we economisch gezien in een historisch dieptepunt als gevolg van de coronacrisis. Ditmaal vermijden pensioenfondsen volgens berichten in Pensioen Pro angstvallig het vooruitlopen op kortingen aan het eind van dit jaar. Dan ontstaat de vraag of het kabinet zou moeten ingrijpen. De AFM vindt dat pensioenfondsen hun deelnemers zo vroeg mogelijk moeten informeren als er een grote kans bestaat dat er een verlaging komt. Vorig jaar deden de fondsen dat nog wel, nu waarschuwde het ABP niet voor kortingen in zijn kwartaalbericht. Peter Borgdorff, directeur van Pensioenfonds Zorg & Welzijn, geeft aan “dat het nog veel te vroeg is om er iets zinnigs over te zeggen”. Het Pensioenfonds Metaal & Techniek  zegt er niets over, omdat onzeker is hoe het verder gaat met deze crisis en de uitwerking van het pensioenakkoord. Wellicht gaan de pensioenfondsen er nu wel vanuit dat, vanwege de huidige economische situatie, kortingen aan het eind van het jaar goed uit te leggen zijn. Dat is uiteindelijk ook het relevante meetmoment voor de dekkingsgraden. Of er in 2020 gekort gaat worden op de pensioenfondsen? We zullen het dus nog even moeten afwachten.

Dit artikel verscheen eerder in de interne nieuwsbrief van onze business unit Pensioen & Leven en is geschreven door Priscilla de Jongh en Diane Visser, Priscilla en Diane doorliepen het traineeship Pensioen & Leven en werken als consultant gedetacheerd voor diverse opdrachtgevers in de pensioensector.