De Roparun 2022 zit erop: een terugblik met deelnemer en Account Manager Helen van der Weij

De Roparun 2022 zit er alweer even op. Account Manager Helen van der Weij liep namens Talent&Pro en House of Bèta dit jaar voor de tweede keer mee. Als professional een rots in de branding voor het Salesteam. En ook als mens een inspiratie en doorzetter. Vanaf haar achtste diabetes, met een moeder en stiefvader die beiden kanker overwonnen, is ze er nog altijd van overtuigd dat je altijd kunt winnen, wat de verwachtingen ook zijn. Zoals Helen het zegt: “Je moet er alleen hard voor werken, maar met hard werken is niks mis.” Die instelling hielp haar de Roparun voltooien, een estafetteloop van 550 kilometer om geld in te zamelen voor de palliatieve zorg voor mensen met kanker. Ze vertelt over haar voorbereiding, dieptepunten en hoogtepunten en de magie van deelnemen aan de Roparun.

Helen, was dit je eerste Roparun?

Nee, voor mij was dit jaar de tweede keer dat ik meedeed. Het was wel mijn eerste “volledige” Roparun. De corona-editie van vorig jaar was ruim 300 kilometer, normaal is de estafetteloop 550 kilometer. Het had mijn eerste moeten zijn dit jaar, maar door uitvallen van een collega mocht ik vorig jaar als reserve toch meedoen. Ik wilde koste wat het kost een hele doen, daarom heb ik dit jaar weer meegelopen met Team Roparun 232.

Hoe heb je je voorbereid dit jaar?

Naast de gezamenlijke voorbereiding en hardlooptrainingen met het team (Roparun 232, red.) heb ik ook zelf elke week getraind. Elke week probeerde ik er een extra kilometer bij te doen. Zo heb ik mijn conditie opgebouwd. Deel van de voorbereiding is ook de halve marathon in Hengelo. Dat heb ik samen met Veerle (Logghe, red.) gedaan. Zij loopt al jaren, dus het was superfijn om haar naast me te hebben. En het samen doen helpt ook gewoon. Aan mijn vader heb ik ook veel gehad in de voorbereiding. Hij is zelf een ervaren marathonloper én sportfotograaf. Dus die hele voorbereiding is ook nog eens tot in detail op beeld vastgelegd.

Het was ook gaaf om te zien dat de Roparun zo leeft binnen onze organisatie. Bij de benefietavond voel je dat heel goed. Dan komt het ineens heel dichtbij en begin je echt de kriebels in je buik te krijgen. Iedereen begint ernaar te vragen en is supertrots op je. De vrijdagavond voor vertrek komt iedereen je een knuffel brengen en kun je wel janken van trots en emotie.

Dan komt die startlijn dichterbij. Jij mocht hem aftrappen voor ons, niet?

Klopt! Dit jaar was de start op vliegveld Twente. Daar kreeg ik van teamcaptain Ronald te horen dat ik startloper was. Dan sta je in het startvak en zie je je vriend en vader staan. Je teamnummer klinkt, je loopt naar de startlijn en beseft dat misschien wel fysiek de zwaarste dagen van je leven op het punt staan te beginnen.

“Je teamnummer klinkt, je loopt naar de startlijn en beseft dat misschien wel fysiek de zwaarste dagen van je leven op het punt staan te beginnen.”

Helen liep de Roparun bij Talent&Pro

En, waren het ook de zwaarste dagen van je leven?

De eerste dag viel het mee. Het was nog lekker zonnig en zelf ben je lekker fris. De volgende etappe was een nachtetappe. Daar voel je je ook nog wel goed bij. Maar daarna merk je meer en meer dat je uit je normale ritme getrokken wordt. Voor het begin van die derde etappe ben je inmiddels helemaal gedesoriënteerd en vraag je je af hoe heftig die tweede nacht wel niet gaat worden.

Die dag heeft het ook alleen maar geregend. Maar gek genoeg vond ik die nacht minder zwaar. Je weet dat de finish steeds dichterbij komt, en dat geeft je toch een beetje brandstof. Het rennen in de regen had ook wel wat. Het deed me denken aan kind zijn. Toen rende je juist naar buiten om in de plassen te springen. Toen boeide een beetje regen helemaal niets. Nu hebben we onszelf wijs gemaakt dat het vervelend is dat je haar nat is en dat je make-up uit loopt. Toen ik dat losliet voelde het enorm bevrijdend om door de regen te rennen. Helemaal als je beseft dat je het voor mensen doet die een veel zwaardere strijd hebben geleverd, tegen kanker. Voor ons is het gevecht na dat weekend voorbij. De pijn die wij voelden is niks vergeleken met de pijn en het verdriet van mensen met kanker en hun families.

“Voor ons is het gevecht na dat weekend voorbij. De pijn die wij voelden is niks vergeleken met de pijn en het verdriet van mensen met kanker en hun families.”

Een loper naast mij merkte terecht op: “het kan altijd erger, je zou maar kanker hebben.” Die kwam bij mij en Glenn (Baaijens, red.) wel even binnen. Dan dringt de essentie van de Roparun ook weer even helemaal tot je door. En dan snap je weer waarom al die mensen midden in de nacht langs de kant staan om je aan te moedigen. De magie wint het zo ontzettend van de pijn en vermoeidheid. De laatste kilometer raakte ik geblesseerd aan mijn knie, maar dat soort dingen heeft niemand ervan weerhouden om die finish te halen. We hebben met de lopers, fietsers, het kampteam en het flexteam heerlijk gehuild met z’n allen toen het erop zat. Want ook binnen ons team hebben we geliefden verloren of bijna verloren aan deze nare ziekte.

Was dat vooraf ook de belangrijkste reden dat jij meedeed of ging het je vooral om de sportieve prestatie?

Voor mij was het allebei. Mijn beide ouders hebben kanker overwonnen. Dat is mijn persoonlijke motivatie. Daarnaast is op mijn achtste diabetes type 1 bij me geconstateerd. Toch ben ik opgevoed met het idee: je kan alles. Mijn moeder was fysiotherapeute, mijn vader sportfotograaf. Dus ik ben ook opgegroeid met sport. Er zijn veel kinderen met diabetes die denken, ik ben ziek, ik kan niet sporten. Jaren later worden ze dan aangespoord om dat juist wel te doen. Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om te laten zien dat je een uitzonderlijke sportieve prestatie kan leveren, ondanks diabetes. Je moet er alleen hard voor werken, maar met hard werken is niks mis. En daarom was die sportieve prestatie voor mij persoonlijk net zo belangrijk. (Teamcaptain, red.) Ronald wist dat, waardeerde dat en motiveerde mij op de juiste manier. Bijvoorbeeld door me de kans te geven om aan de startlijn te staan.

Weleens gedacht aan opgeven tijdens de Roparun?

Nooit. En dat geldt voor het hele team. Ik geloof er ook heilig in dat mijn knieblessure pas opspeelde toen we zo dichtbij de finish waren. Dat weet ik zeker. Je mind is zoveel sterker dan je lijf.

Wat was voor jou het hoogtepunt van deze editie?

Je hoort in de aanloop van collega’s met Roparun-ervaring een hoop verhalen. Bijvoorbeeld over de plaatsjes waar je doorheen rent en hoe ze langs de route helemaal uitpakken tijdens de Roparun. Maar dat zelf ervaren, daar kan geen verhaal tegenop. Om midden in de nacht door een dorpje als Ossendrecht te rennen en dan te zien dat iedereen wakker is, dat het hele dorp versierd is en dat mensen je met spandoeken en een ontbijtje opwachten. Ook dat is onderdeel van die Roparun-magie.

Daarnaast is die finish toch ook echt een absoluut hoogtepunt. Het moment dat de chauffeurs, het flexteam en het kampteam zich bij het team van lopers en fietsers voegen om samen richting de finish te gaan, allemaal zeiknat van de regen. Om elkaar vervolgens in de armen te vliegen zodra je die finish hebt bereikt. Op dat moment zijn die omhelzingen het enige dat je nodig hebt. De stoerste kerels en vrouwen staan dan te huilen van trots, emotie en ontlading.

Ik wil ook echt een dikke shout-out doen naar het flexteam. Die stonden de hele tijd aan je zijde om jou alles uit handen te nemen. Ze droegen je tas, deelden knuffels uit, namen meteen je fiets aan bij het wisselpunt: alles om het jou zo makkelijk mogelijk te maken.

Ben je, naast wat het je persoonlijk en als team heeft opgeleverd, blij met de financiële opbrengst?

Zeker! We hebben samen toch bijna €25.000,- opgehaald voor Stichting Roparun. Stichting Roparun zorgt ervoor dat het geld vervolgens goed terechtkomt. De stichting publiceert elke maand een lijst met nieuwe gesteunde goede doelen. Die lopen uiteen van het schenken van een nieuwe keuken aan een hospice tot een verwendag voor patiënten van een Oncologie-afdeling en projecten op het gebied van psychosociale zorg. Ik ben trots dat wij een bijdrage kunnen leveren aan een verbeterde kwaliteit van leven voor mensen met kanker.

“Ik ben trots dat wij een bijdrage kunnen leveren aan een verbeterde kwaliteit van leven voor mensen met kanker.”

Jij bent duidelijk een heldin. Wie van Team Roparun wil jij zelf graag in het zonnetje zetten.

Ik ga geen mensen uitkiezen. Iedereen was geweldig, van start tot finish. Maar als ik toch een dankspeech mag doen wil ik nog het kampteam noemen. Zij hadden de boel bizar goed op orde. Ze wisten elke seconde van de Roparun wat we nodig hadden. Als team, maar ook individueel. Hoorden ze je fluisteren dat je het fris had, dan kreeg je binnen no-time een dekentje om je schouders. Ze lieten je niet naar bed gaan zonder goede maaltijd en zorgden zelfs voor oogmaskertjes op je kussen. Laila (Bijk, red.) heeft het kampteam geweldig geleid.

Nog een voorbeeld: een van onze campers begaf het midden in de nacht. Stef (Tielbeke, red.) van het kampteam dook bliksemsnel op met een busje om ons warm te houden en zich te ontfermen over de campers. Dat voelde echt als een heldendaad. Menno (Rietveld, red.) is nog heen en weer gereisd om de fietsen te verplaatsen en kreeg het voor elkaar om ’s nachts een auto te huren waarmee we naar de wissellocatie gebracht werden. Het kampteam zat voor ons echt vol helden.

Volgend jaar weer?

Ik ga hem zeker ooit nog een keer doen. Of het volgend jaar wordt weet ik niet. Mijn doel is om de volgende keer in ieder geval nog beter voorbereid te zijn. Dan kan ik in het moment zelf nóg meer genieten van de magie van de Roparun en van het voorrecht om deel te zijn van Team Roparun 232.

 

Bron: House of Bèta