Edwin van den Elst
Unit Directeur Bancair
“Het is een goede zaak als ik hier één van de oudere werknemers blijf”
Edwin van den Elst is voor nieuwe medewerkers een suit. Toch is de klassieke pakkendracht in het bankwezen voor hem niet vanzelfsprekend. Nog geen 20 jaar geleden was een wetsuit zijn vaste kostuum en rekende hij op Ameland alleen op de wind. Surfen was zijn lust en zijn leven. En ja, ook hier ondernemerschap. “In de zomer liep er zo’n twaalf man personeel.”
| Edwin van den Elst (1970) als verkopend bankenman, als kopman van een financiële topdetacheerder. Het is een opmerkelijke positie voor iemand die vijftien jaar geleden een leven aan de sport leek te gaan wijden. Eerst als CIOS-student in Heerenveen - nu zo’n dertig kilo geleden, zoals hij met gevoel voor zelfspot over zijn gegroeide fysiek zegt - later als sales manager van sportmerken, als hypotheekadviseur bij de Rabobank en als business unit directeur bij Welten. Wat goed is, dat komt snel. Ondernemersbloed is hem eigen: al op 21-jarige leeftijd was hij op Ameland succesvol met een surfschool waar in het hoogseizoen twaalf man rondliep. Tussen mei en oktober woonde hij daar op het strand. “Het lijkt een ontspannen bestaan, maar dat viel vies tegen. Stress. Tractor stuk, jengelende kinderen, stroomuitval,” blikt de geboren Almeloër lachend terug. | Dat hij meer wilde bereiken in zijn leven was wel duidelijk. Geen toeval dus, dat hij na enkele omzwervingen als commercieel talent bij Rabobank in een hypotheekklas terechtkwam. Hier ontmoette hij trainer Cees Welten, op dat moment bezig met het bouwen van zijn detacheringsbedrijf Welten. Het klikte. Toen Edwin na wat jaren weg wilde bij de Rabobank, kon hij de volgende dag bij Welten als trainer beginnen. De rest is geschiedenis. Van den Elst maakte de hoogtijdagen bij Welten van dichtbij mee, een bloeiperiode waarin hij opklom tot de directie. Eind 2006 vertrok hij bij Welten en richtte hij The Hunting Lodge op: ‘n headhuntersburau voor topfuncties in de financiele dienstverlening. “Dat ging fantastisch. Binnen een paar maanden had ik vijf mensen in dienst.” |